Mondriaan en KuryszczuK: raakvlakken in beeldlijnen

In het werk van Anne-Lore KuryszczuK valt op het eerste gezicht een aantal zaken meteen op. Zo is daar de grote helderheid die ervan uitgaat. En een rustgevende overzichtelijkheid, of althans een streven daarnaar – en het is opmerkelijk hoe weinig empathie het de beschouwer kost om in dat streven mee te gaan. Verder doet het vermoeden dat zij ervan houdt te spelen met elementaire zaken (structuur, lijn, richting, contrast, textuur, lichtval). En voelen wij ons door haar meegenomen in de wereld van Mondriaan en zijn erfgenamen, niet alleen vanwege dit variëren en permuteren van primaire schilderkunstige grootheden, maar misschien ook wel in een ander opzicht, namelijk het zoeken naar waarheid, harmonie, zuiverheid.

Een andere indruk die je kunt krijgen bij het bekijken van bijeengebracht werk van haar is dat je je bevindt in een soort binaire wereld. Echter niet die van de alom oprukkende soft- en hardware, van de voorspelbare logica van de automaten, van de calculatie, de enen en nullen, rasters en pixels. Integendeel, de hare is een wereld van gevoelsmatig uitgevonden en ontdekte polariteiten, waarin tweeledigheid op diverse niveaus intuïtief en met de hand wordt uitgewerkt tot organische beeldlijnen en raamwerken. Ook dat 'tweeledige' is bij haar heel elementair en fundamenteel. Het betreft uiteindelijk uiteraard de wezenlijke complementariteit van alles wat is, van het ene altijd het andere in zich draagt en moet dragen om te kunnen bestaan. Maar dat existentiële wil zij laten zien op het niveau van materiaal en structuur: geen voorgrond zonder achtergrond, geen gelijkheid zonder ongelijkheid, etc. (Dat moet ook wel op het niveau van de waarneming zijn, om überhaupt te kunnen worden gezien, immers "Was in die Erscheinung tritt, muß sich trennen, um nur zu erscheinen.") En, zo lijkt het, met een spaarzaamheid aan modaliteiten, om niet te zeggen aan eigenschappen. Het is vanzelfsprekend onmogelijk een werk te maken dat maar 1 eigenschap heeft (immers als er vorm is, is er schaal; als er kleur is, dan ook dimensie; is er vlakheid, dan textuur; materiaal ergo structuur; en ga zo maar door). Maar je kunt proberen in de buurt te komen.

Geconfronteerd met een dergelijk consequent gebruik van wit en ultramarijn is het haast onvermijdelijk niet te denken aan de Franse schilder Yves Klein en zijn IKB. Ook zullen er ongetwijfeld kijkers zijn die associaties leggen met het geglazuurde terracotta van de renaissancekunstenaar Luca della Robbia, in weerwil van de abstractie van haar werk, want zo sterk werkt dat rigoureuze hanteren van wit en blauw dat het welke figuratie dan ook als het ware overheerst.

Maar laten we proberen verder te gaan dan dit soort (wellicht ook iets te gratuite) kunsthistorische associaties en proberen stil te staan bij de implicaties van dit wit en ultramarijn, en eens proberen na te gaan wat het effect ervan op onze gewaarwording en beleving zou kunnen zijn. Dan zou je tot de conclusie kunnen komen dat je, als je bijvoorbeeld uitgaat van het idée reçue (ook mijn zoontje van zes beweert het al) dat "wit geen kleur" is, dat je bij Anne-Lore KuryszczuKs werk in feite te maken hebt met monochromen. (Hier komt dat binaire weer om de hoek kijken: colour/no colour.) We kunnen verder ins Blaue hinein redeneren, en bijvoorbeeld uitgaan van en voortborduren op een veel specifieker idee, namelijk van de eerder genoemde Klein die over kijken naar blauw in het algemeen beweerde dat er eerst niets is, vervolgens een diep niets en daarna een absolute diepte. Dan zou je ook tot de vaststelling kunnen komen dat je Anne-Lore KuryszczuKs werk, afhankelijk van de 'diepte' waarmee je het blauw op je laat inwerken, kunt beleven als eendimensionale creaties (lijnen) maar ook driedimensionale (diepte).

Deze schilderijen lijken ons uit te nodigen onszelf af te vragen hoe we ze het best kunnen bekijken: als lijnen, zoals bij een tekst, of als vlakken, zoals bij een afbeelding. (En, zoals zoëven vastgesteld, is het ook mogelijk ze als volumen te zien.) De meeste schilderijen bekijken we meestal door ze vrijelijk met de ogen af te tasten volgens een structuur die de schilder ons heeft aangeboden in zijn uitbeelding.
De meeste teksten bekijken we meestal door letterlijk de regels te volgen, met andere woorden doordat aan onze ogen een structuur is opgelegd; pas als we die lijnen regel voor regel hebben gevolgd krijgen we mee wat de schrijver ons wilde aanbieden in zijn beschrijving. Zo beschouwd lijkt het erop dat bij Anne-Lores werk de vrijheid van de blik in het geding is. Maar bij nader inzien gebeurt het zelden dat we in een oogopslag meekrijgen wat de schilder wil uitdrukken. Het bekijken van een schilderij of tekening is een zich herhalend proces van synthese en analyse: in een oogopslag de totale uitbeelding overzien en vervolgens onze blik er in banen overheen te laten glijden, om dit procédé vervolgens te herhalen. Ook de meeste schilderijen worden op die manier 'gelezen'.
Anne-Lore KuryszczuKs schilderijen zijn te zien als een voorstel tot 'lezing' waarbij een combinatie van dit onbelemmerd scannend kijken en het lijnen volgen resulteert in een tussen de regels door kijken. Zoals je tussen de jaloezieën kunt kijken.

Marc Geerards.